Antwerpen. De gloriejaren

Michael Pye  De Bezige Bij, 2021, 351 blz.
ISBN: 9789403134215

Het boek bevat drie kaarten en twee katernen met zesentwintig kleurenillustraties.
Het sluit af met een uitgebreid notenapparaat, een illustratieverantwoording en een personenregister.

Tekst op de achterzijde van het kaft

De stad die Antwerpen ooit geweest is, is vandaag de dag haast onherkenbaar. Verwoest door de vlammen en bombardementen van de wereldoorlogen is haar geschiedenis goed verstopt achter een façade van herbouwde monumenten. Toch was de havenstad ooit het middelpunt van de wereld.
Als handelscentrum kende Antwerpen in de zestiende eeuw geen evenbeeld, en haar rijkdom en weelde leken ongeëvenaard. De stad van Plantijn en Brueghel stond bol van de bedrijvigheid. Bezoekers kwamen met hun koopwaar uit alle uithoeken van de wereld naar de stad waar de geldhandel floreerde.
Tegelijkertijd kende Antwerpen ook een schaduwkant: rellen, muiterijen en de inquisitie, die als een donkere wolk boven de joodse en protestante inwoners hing, lieten de uitzonderlijke welvaart van korte duur zijn. Desalniettemin blijkt de invloed van Antwerpen blijvend.
Met Antwerpen ontsluit bestsellerauteur Michael Pye het verhaal van een stad die tegen alle verwachtingen in opkwam als het kloppend hart van de zestiende eeuw, en in korte tijd de wereld wist te veranderen. Eén ding is volgens Pye zeker: zonder de Antwerpse geschiedenis zou vandaag niets hetzelfde zijn.

Michael Pye geeft zelf meer uitleg in enkele podcasts

“In 16e eeuw was Antwerpen echt het centrum en de rest parking”: Brit Michael Pye bestudeerde gloriejaren van de stad | VRT NWS: nieuws

Het is geen chronologische geschiedenis van de gouden eeuw van Antwerpen geworden.
Pye beshrijft via verschillende verhalen in een vijftiental hoofdstukken de unieke positie van het 16de-eeuwse Antwerpen in Europa. Via personen, gebeurtenissen en plaatsen geeft hij het eigen karakter van Antwerpen weer van circa 1500 tot 1585 (overgave van de stad aan Farnese) weer.
Een Antwerpen dat steeds het eigen handelsbelang voor ogen hield met tolerantie tegenover ketters en vreemde kooplui en dat zijn autonomie verdedigde tegenover het centrale gezag in Brussel.

Michael Pye maakt daarbij gebruik van citaten uit uitgegeven ambassadeurs-, kooplieden- en reisverslagen, van een waaier aan zowel oude als recente historische studies en een enkele keer ook van archiefbronnen. Het geheel resulteert in een impressionistisch beeld over het 16de-eeuwse Antwerpen, dat een centrum van handel, kennis en innovatie was, maar ook een donkere kant had van schandalen, geheimen en intriges.
Uit Kunsttijdschrift Vlaanderen

Hieronder een summiere greep uit het rijke aanbod van het boek.

In hoofdstuk 1 vestigt Giaovanni Zoncha, stoffenverkoper uit Venetië zich hier in Antwerpen en in brieven naar huis vertelt hij wat hij hier aantrof. Een andere Venetiaan schrijft dat hier in Antwerpen de mensen ‘weinig aandacht aan eten besteden, maar zich wel elke dag bezatten, de vrouwen zo goed als de mannen.’

Antwerpen komt in beeld als het kruispunt van Europa waarbij levendige handel voor rijkdom zorgt. Het overtrof daarbij Brugge. Overal in het boek komen passages voor over het leven en het handeldrijven binnen de stadsmuren.
‘Rondom de chicste huizen wroetten varkens rond, en ook ganzen, eenden en zwerfhonden.’

Gekende families worden in beeld gezet, bijv. de familie van burgemeester Jacob Hertsen met een schets van hoe de rijken van Antwerpen woonden in de 16e eeuw.

Een ander item is het verhaal over de functie van de klokken in de stad met speciale aandacht voor het gieten van de grote klok Carolus van de O.-L.V.-kerk. Een passsage handelt over de grote brand in die kerk in 1534.
 
Hoofdstuk 2 voert de rijke handelaar Niclaes Jongelinck ten tonele. Deze gaf Bruegel de opdracht voor de schilderijenserie ‘De twaalf maanden.’ Hij bezat ook een versie van de ‘Toren van Babel’, een allusie op Antwerpen.

Hoofdstuk 3 brengt de drukhandel naar voren. Boeken werden contrabande en de bedrukte vellen papier werden verstopt in balen stof of in waterdichte vaten. Hier komt Tyndale in beeld.

Zeer boeiend is dat je in het Antwerpen van toen aan het juiste adres was om nieuws op te rapen, dat geweldig interessant kon zijn om oorlogen en onlusten te voorspellen.
Ook kennis werd aan de man gebracht. Zo werden er bijv. boeken uitgegeven over de pest.

In hoofdstuk 4 is het de beurt aan de plantkundigen. Coudenberghe stelt zijn Dispensatorium samen, een compendium van medicinale planten, dat volgende honderd jaar steeds in druk zou blijven.

Hoofdstuk 5 handelt over het onderwijs met o.a. Peter Heyns.

In hoofdstuk 6 komt Simone Turchi ter sprake. In 1551 werd hij terechtgesteld in een stoel die hij zelf had laten maken om zijn landgenoot Geronimo Deodati te vermoorden.

Hoofdstuk 7
Specerijen hebben Antwerpen rijk gemaakt, maar de slavenhandel heeft de stad tot de unieke plek gemaakt die ze was: het was dé plek om peper te verkopen, zilver te kopen, wol te verkopen, of vis, of tarwe en dan de goederen in te slaan die je nodig had om slaven te kopen, want de ruilgoederen verschilden van markt tot markt.

In 1492 zette Isabella van Spanje alle joden het land uit. In Antwerpen werd ketterij op grote schaal ontdoken, wat ervoor zorgde dat de joden daar veiliger waren voor de familiares van de Inquisitie. Toch moest de rijke Diogo Mendes die een stadspaleis in Antwerpen bezat oppassen dat hij niet betrapt werd op het bezit van boeken in het Hebreeuws. Hij werd gearresteerd en zijn stadshuis en pakhuizen werden verbeurd verklaard, net als zijn boeken.

Hoofdstuk 8
In 1532 opende Antwerpen zijn nieuwe beurs. Het werd de geldhoofdstad, in alle betekenissen van het woord. De nieuwe beurs had twee klokken en twee torens in plaats van één, om te benadrukken hoeveel zakelijke drukte er op de Schelde te bekijken was.

Gaspar Ducci pleegt een moordaanslag op Gilbert Van Schoonbeke op 22 februari 1545.

Hoofdstuk 9
Antwerpen was de markt voor alle soorten afbeeldingen en luxeartikelen. Je vond er alles.
En ook alle soorten vakmanschap waren verkrijgbaar: waterbouwkundige ingenieurs, personen met expertise in kruiden, beeldhouwers, enz. Vlaamse kunst werd overal begeerd.

Hoofdstuk 10
De muziek van de Nederlanden was beroemd. Guicciardini schreef dat er ‘nauwelijks een hoekje van de straat niet gevuld is met de vrolijke klanken van gezang en het bespelen van instrumenten’. Er was hooggestemde muziek waarin de Tien Geboden op muziek waren gezet. En er was carnavalmuziek, zo vulgair als je maar kon wensen. Maar ook de uitgevers van heilige werken drukten liedjes. Tielman Susato had al een eigen boek met motetten aan Granvelle opgedragen.

Hoofdstuk 11
1549. Keizer Karel V is uit Madrid gekomen om zijn zoon Filips te presenteren. Het verloopt niet echt hartelijk en het weer wil ook niet mee. Het vroeg wel veel inzet van alle inwoners en kostte een fortuin.

Hoofdstuk 12
De vleeshouwers van de stad waren gewend aan een comfortabele monopoliepositie, een gilde van maar 62 leden die hun privilege aan zoons en kleinzoons konden overdragen. Ze waren boos omdat ze belasting moesten betalen op het slachten van dieren, maar vooral omdat er slagers van buiten de stad hun waren op straat verkochten.

Gilbert Van Schoonbeke kende Antwerpen van binnen en van buiten. Hij kende de opkopers van oude kleding die de vaste en roerende bezittingen van pas overledenen veilden.
Jarenlang waren zij van het ene marktplein na het andere geweerd. Hij bood hun een nieuw en vast onderkomen: de Vrijdagmarkt. Van Schoonbeke maakte ook een opening in de stadsmuur waar een loden pijp doorheen kon die schoon water uit het riviertje de Schijn naar binnenbracht. Het water ging naar het waterhuis en werd via paardenkracht aan de brouwers geleverd. Dat moest een einde maken aan de twijfelachtige reputatie van het Antwerps bier.
Dat beviel de brouwers niet die verder af hun brouwerij hadden. Van Schoonbeke had er een handje van weg om zijn vrienden tot vijanden te maken.

Hoofdstuk 13
Een heel hoofdstuk gewijd aan de persoon die ons na aan het hart ligt: Christoffel Plantijn. Hij komt ook in hoofdstuk 14 terug met de perikelen rond de Biblia Polyglotta.

Hoofdstuk 14
In alle kerken werd en beelden en ornamenten stukgeslagen en vernield. ‘De kerken zagen eruit alsof de duivel er honderd jaar had thuisgehouden,’ schreef Ortelius. Het Theatrum Orbis Mundi, een boek met kaarten van de wereld, was de meest succesvolle en duurste bestseller van, de hele eeuw, een wonder van het Antwerpse boekenvak.

Hoofdstuk 15
Toen Selim in 1566 sultan werd liet hij zich overhalen om een brief aan de lutheranen in Antwerpen te sturen waarin hij hun geld, wapens en mankracht tegen de Spaanse vijand aanbood. In datzelfde jaar stuurde Willem van Oranje van de protestantse kant een afgezant naar Istanboel. De opstandige watergeuzen hesen de rode vlag met de halvemaan, onder de leus ‘Liever Turks dan paaps’.

Alexander Farnese hield zijn blijde inkomst in 1585. De stad was het knooppunt geweest van de hele, bij Europeanen bekende wereld. Het was een stad die met de tijd kon opkomen en weer vervagen.